Een column van Filantroop
Het valt op dat linkse denkers die zelf in gebreke blijven te bewijzen wat ze beweren, namelijk dat de PVV fascistisch zou zijn, zich op andere denkers beroepen om alsnog bewijs aan te leveren voor het fascistendom van deze partij.
![Elsbethdegelaarsekat[1] Elsbethdegelaarsekat[1]](http://ayaanhirsiali.web-log.nl/.a/6a0133f1c0b9c5970b0133f35610ec970b-500wi)
Ooit behoorde Elsbeth Etty zelf tot het grootvorstendom van mensenhaters toen ze de wereld verdeelde in wrede kapitalisten en zielige armen. Een zwart-witdenken van de koude communistische grond, dat ze negen jaar hartelijk ondersteunde als adjunct-hoofdredacteur van het CPN-orgaan De Waarheid. En dat in een periode dat deze hoogopgeleide mevrouw het fijne kende van de wandaden die het communisme in tal van landen uitgevreten had.
Dat juist deze mensenhaters van weleer Wilders te lijf gaan met fascismebeschuldigingen is niet zo verwonderlijk als je tot de veronderstelling komt dat ze hun eigen verleden ermee trachten wit te wassen. Om haar eigen onvermogen Wilders tot de nieuwe Mussert te maken te camoufleren trok ze deze keer maar weer eens de botten van de criminoloog/schrijver Willem Hendrik Nagel (alias J.B. Charles) uit het knekelhuis voor ideologische bijstand in haar column in het NRC-Handelsblad.
Deze denker was ongeveer de uitvinder van de doctrine die rechtvaardigde dat alles wat rechts zweemde fascisme genoemd mocht worden, en schreef boeken en opinieweekbladen vol over het onderwerp. En omdat hij in het verzet gezeten had meende hij de decennia na de bezetting als een ware Niccolò Machiavelli te moeten regeren over wie fout of goed was in en na de oorlog. Niettemin had hij naast zijn verzet, en net als Joop den Uyl, het bezette vaderland tot de bevrijding als loyaliteitverklarende ambtenaar gediend. Dat dan weer wel.
Communisten waren verzot op de fascismefobie van Willem Hendrik Nagel, want die waren tot in de tachtiger jaren nog Hitler aan het bevechten hoewel die toch echt mordood was, terwijl de communistische regimes juist doorgegaan waren met bezetten en moorden.
Terwijl Elsbeth Etty zo vurig communist was dat ze het tot leidinggevende van het partijorgaan van de CPN bracht, en sommige communisten van de oudere garde al afgehaakt waren omdat de wandaden van Stalin ze de adem benamen, stak het lijforgaan van Marcus Bakker nog steeds gloeiende poken in echte en vermeende fascisten.
Dat deze communisten zichzelf het morele geweten van de wereld toeeigenden zou je grofweg een brutaliteit kunnen noemen, ware het niet dat het gebaseerd was op politieke intrige vanuit Moskou en Oost-Berlijn. Aan de burelen daar veerde men opgewekt op als hun Westerse handlangers het fascismemiddel weer eens hanteerden. Inherent aan het communisme is de paranoïde waan van het eeuwige fascismespook, dat ze ondanks de grote overeenkomsten in uitingsmiddelen tussen het fascisme en communisme, daarom juist verfoeiden. En dat ging zelfs zover dat ze sociaaldemocraten voor sociaalfascisten uitmaakten.
Fatsoenlijke PvdA’ ers van die dagen koesterden ongeveer dezelfde afkeer voor het communisme, als de communisten voor het fascisme. Tot de garde van cryptocommunisten onder de eufemistische titel Nieuw-Links de PvdA kwamen bezetten.
Willem Hendrik Nagel was de man van de harde justitiële hand. Maar selectief en slechts als het de collaborateurs van de Tweede Wereldoorlog en de vermeende naoorlogse fascisten betrof. De communisten echter liet hij buiten schot. Zelfs toen die na de oorlog doorgingen met bezetten en moorden waar het Derde Rijk door de wereldorde gestopt werd, liet hij zich er niet van weerhouden hun oorlogsheld te zijn en in de bladen waar communisten de roergangers waren zijn fascismefobie te uiten.
En dat hij daar nogal eens mee doorschoot bleek uit het feit dat de Joden in Israël door hem van “fascistische agressie” beticht werden omdat die zich geen tweede Holocaust wilden permitteren.
In de vooral door links opgestuwde ophef over de criminoloog Wouter Buikhuisen, was het dezelfde Willem Hendrik Nagel die om zijn confrère te nazificeren de nazi-criminoloog Franz Exner van stal haalde met: “Buikhuisen is natuurlijk geen Exner, net zomin als hij een Lombroso is. Maar wel denkt hij net als Exner en Lombroso”.
En deze uiting werd vooral zeer gewaardeerd door Hugo Brandt Corstius. Het was het klimaat waarin de maniakale Hugo Brandt Corstius de toenmalige minister van Financiën Onno Ruding voor Adolf Eichmann kon uitmaken.
Terwijl Willem Hendrik Nagel aan het spinnenwiel rode wol zat te vervaardigen zat Elsbeth Etty ermee te breien. In haar wekelijkse column in het NRC-Handelsblad maakte ze er dit jumpertje van:
“In een interview met de Haagse Post noemde Charles / prof. Nagel tien kenmerken, zoals: de voorkeur voor oranje-blanje-bleu, strenge straffen voor jeugdigen, een hekel hebben aan Karel Appel, voor de doodstraf zijn en de belastingen te hoog vinden. Daarmee maakte hij er inderdaad enigszins een kwestie van smaak van, al denk ik wel dat de verwerping van (abstracte, maar eigenlijk alle) kunst essentieel is. Kunst is volgens fascisten elitair, terwijl antifascisten menen dat kunst, al dan niet ‘toegankelijk’, behoort aan de mensheid als geheel”
Het is vooral ironisch te noemen dat Willem Hendrik Nagel en Elsbeth Etty er juist de kunst bijsleepten, want abstracte kunst in de communistische regimes werd van overheidswege in de ban gedaan omdat men vond dat kunst voor het volk was, en dus ook door het volk begrepen moest worden. Tussen de door de overheid afgedwongen schilderkunst in het Derde Rijk en de Sovjet-Unie bestond de overeenkomst dat het vooral de grootsheid van het volk moest uitbeelden en de mens martiaal moest imponeren. Het voorbeeld Karel Appel is hier wel zeer ongelukkig gekozen, want toen Willem Nagel in het verzet zat, werd Karel Appel door het nationaalsocialisme gesubsidieerd en deed hij mee aan nazi-tentoonstellingen waar uiteraard entartete kunst uitgesloten was van deelname.
Het oordeel over het artikel van Elbeth Etty laat ik aan de lezers, maar haar slotconclusie wil ik als het schuim op de cappuccino even aanhalen:
“maar nu wordt iedereen geacht op kousenvoeten te lopen en vooral niet te spreken van ‘fascistische ideeën’, hoogstens van ‘abjecte opvattingen’ waarover je van mening kunt verschillen. In een tijd, waarin wij gemaand worden zelfs niet te spreken over de republiek van Weimar en historische ervaringen uit het geheugen te bannen, zou Nederland een moreel kompas als dat van J.B. Charles goed kunnen gebruiken”
Op kousenvoeten zegt ze, terwijl ze te pas en te onpas Wilders vergeleken heeft met de plegers van de allergrootste etnische genocide aller tijden, maar haar eigen communisme samenvatte met “Dus heb ik nooit het idee gehad dat ik achter een fout regime ben aangelopen of dat ik de Goelag of zo heb verdedigd. Ik geloofde in een naïef ideaal, dat wel” en “Toen ik lid werd, had ik het idee dat dit de meest vooruitstrevende, vrijzinnige partij was die er bestond”.
Een beetje fout na de oorlog kun je haar niet noemen want vanaf 1974 negen jaar De Waarheid dienen en elf jaar de CPN aanhangen is veel langer dan Wilders de PVV leidt. En het toeval wil dat ze een jaar nadat Alexander Solzjenitsyn “De Goelagarchipel” aan de lezers toevertrouwde die stap zette. Terwijl dat boek in de Sovjet-Unie verboden was, bestreed ze moedig het facisme!
Misschien was het daarom dat in de vorige eeuw de term roodfascisme bedacht werd. Bij deze dan maar weer eens in de recycling gezet.
Laatste reacties